Strategy

De portefeuille streeft naar aantrekkelijke, risico-gecorrigeerde rendementen op de lange termijn (die niet gecorreleerd zijn met aandelen- of obligatiemarkten) door een wereldwijde multi-strategie-beleggingsaanpak te volgen:

  • De portefeuille maakt gebruik van een multi-portefeuillebeheerder door indirecte blootstelling te verkrijgen aan een breed scala van alternatieve beleggingsstrategieën die toegankelijk zijn via derivaten, met name total return swaps (“TRS”) (de “strategieën”).

  • De strategieën waarmee de portefeuille indirect wordt blootgesteld via de TRS omvatten aandelen long/short, relative value, kwantitatieve en systematische handelsstrategieën, korte- en middellangetermijn-handelsportefeuilles, global macrostrategieën, special situations en arbitragemogelijkheden in alle sectoren en markten.

  • Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van financiële derivaten waardoor de portefeuille contanten, kasequivalenten of staatsobligaties uitgegeven door de overheden van de VS, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Canada, Australië en Japan tot 100% kan aanhouden.

Let op: de waardering en het rendement van de TRS omvatten de kosten die verband houden met de geselecteerde beheerders. Deze kosten zijn daarom niet opgenomen in de doorlopende kosten van de portefeuille. Houd er rekening mee dat er aanvullende kosten kunnen zijn die verband houden met het operationeel beheer van de TRS; deze maken deel uit van de transactiekosten van het fonds. Voor meer informatie over kosten verwijzen wij naar het prospectus van het fonds, samen met de KIID of KID en de meest recente jaarrekening. 

Dit product is niet eenvoudig en kan lastig te begrijpen zijn.

Portefeuille Managementteam




Beleggingsrisico's Waar u Rekening Mee Dient te Houden

Deze en andere risico’s worden beschreven in het prospectus van het Fonds.

Investeringen in de Portefeuille behelzen bepaalde risico's. De beleggingsrendementen en de waarde van de Portefeuille zullen fluctueren, zodat de aandelen van een belegger, bij verkoop, meer of minder waard kunnen zijn dan hun oorspronkelijke waarde. Enkele van de voornaamste beleggingsrisico's in de Portefeuille zijn:

  • Risico van bedrijfsschuldverplichtingen: Het risico dat een bepaalde emittent zijn betalings- en andere verplichtingen niet nakomt. Bovendien kan een uitgevende instelling nadelige veranderingen in haar financiële positie of een verlaging van haar kredietrating ondervinden, hetgeen leidt tot een grotere prijsvolatiliteit van de schuldverplichtingen en een negatieve liquiditeit. Ook kan er een hoger kredietrisico zijn.

  • Landenrisico: Wanneer de portefeuille in één enkel land belegt, zijn deze activa doorgaans kleiner, gevoeliger voor economische en politieke factoren en mogelijk minder gemakkelijk verhandelbaar, wat een verlies voor de portefeuille tot gevolg kan hebben.

  • Sector-/bedrijfstakrisico: Beleggingen in een beperkt aantal uitgevende instellingen, sectoren, bedrijfstakken of landen kunnen de portefeuille aan een grotere volatiliteit blootstellen dan een belegging in een groter of meer gediversifieerd effectenpakket.

  • Derivatenrisico: De Portefeuille kan afgeleide financiële instrumenten (derivaten) bevatten. Deze kunnen worden gebruikt om blootstelling aan onderliggende activa te verkrijgen, te vergroten of te verminderen en kunnen hefboomeffecten creëren; hun gebruik kan leiden tot grotere schommelingen van de intrinsieke waarde.

  • Risico's van opkomende markten: Wanneer de Portefeuille belegt in opkomende markten zijn deze activa over het algemeen kleiner en gevoeliger voor economische en politieke factoren en kunnen ze minder gemakkelijk worden verhandeld wat kan leiden tot een verlies voor de Portefeuille.

  • Aandelenrisico: De waarde van beleggingen in aandelen kan fluctueren als reactie op de activiteiten en resultaten van individuele bedrijven of vanwege markten economische omstandigheden. Deze investeringen kunnen over korte of lange perioden afnemen.

  • Vastrentende effectenrisico: De waarde van deze beleggingen zal veranderen als gevolg van schommelingen in de rentetarieven en valutakoersen, alsmede door veranderingen in de kredietkwaliteit van de emittent. Ook kunnen effecten met een gemiddelde, lagere of geen rating aan grotere schommelingen in de rendements- en marktwaarden onderhevig zijn dan effecten met een hogere rating.

  • Renterisico: Het risico dat de waarde van de belegging kan veranderen als gevolg van onzekere toekomstige rentetarieven.

  • Risico van gebrek aan historie van een bedrijf: Bepaalde portefeuilles kunnen recent gevormd zijn en geen bedrijfsgeschiedenis hebben.

  • Liquiditeitsrisico: Het risico dat ontstaat wanneer ongunstige marktomstandigheden het vermogen om activa te verkopen, wanneer dat nodig is, beïnvloeden. Een verminderde liquiditeit kan een negatief effect hebben op de prijs van de activa.

  • Risico van instrumenten met een lagere rating en zonder rating: Deze effecten zijn onderhevig aan een groter risico op verlies van kapitaal en rente en zijn gewoonlijk minder liquide en volatieler. Sommige beleggingen kunnen worden gedaan in vastrentende effecten met een hoge rendenmentswaarde, zodat het risico van waardevermindering en kapitaalverlies onverijdelijk kan zijn.

  • Beheerrisico: Het gebruik van derivatentransacties kan tot gevolg hebben dat de verwachte voordelen niet worden gerealiseerd of dat er verliezen worden geleden, met een negatieve impact op de portefeuille, indien de vermogensbeheerder niet in staat is de prijsbewegingen, rentetarieven of wisselkoersbewegingen correct te voorspellen en bovendien het derivaat of het onderliggende instrument niet goed begrijpt.

  • OTC-derivatieven tegenpartijrisico: Transacties in over-the-counter (OTC) derivatenmarkten kunnen over het algemeen minder onderhevig zijn aan overheidsregulering en overheidstoezicht dan transacties aangegaan op gereglementeerde markten. Deze zullen onderhevig zijn aan het risico dat de directe tegenpartij niet haar verplichtingen zal nakomen en dat de Portefeuille verliezen zal lijden.

  • Portefeuilleomzetrisico: Een portefeuille kan actief worden beheerd en de omzet kan, in reactie op marktomstandigheden, meer dan 100% bedragen. Een hoger percentage van de portefeuilleomzet leidt tot verhoging van de provisiekosten en andere uitgaven. Een hogere portefeuilleomzet kan ook resulteren in de realisatie van substantiële netto kortetermijn vermogenswinst dat bij uitkering belastbaar kan zijn

  • Risico van vervroegde aflossing: Het risico dat in periodes van dalende rente, uitgevende instellingen de hoofdsom eerder dan verwacht aflossen, waardoor de portefeuille blootgesteld wordt aan een lager rendement bij herbelegging van de hoofdsom.

  • Real Estate Investment Trust (REIT) risico: Beleggingen in REIT’s aandelen kunnen worden beïnvloed door veranderingen in de waarde van het onderliggende vastgoed dat eigendom is van de REIT, terwijl hypothecaire REIT's kunnen worden beïnvloed door de kwaliteit van een eventueel verleend krediet. REIT's zijn afhankelijk van managementvaardigheden, zijn niet gediversifieerd, zijn onderhevig aan een grote kasstroomafhankelijkheid, wanbetaling door kredietnemers en aan zelfliquidatie en renterisico's.

  • Risico van overheidsschuldverplichtingen: Het risico dat door de overheid uitgegeven schuldverplichtingen worden blootgesteld aan directe of indirecte gevolgen van politieke, sociale en economische veranderingen in vershillende landen. Politieke veranderingen of de economische status van een land kunnen van invloed zijn op de bereidheid of het vermogen van een overheid om haar betalingsverplichtingen na te komen.

  • Belastingrisico: Effecten kunnen onderworpen zijn aan belastingen die voortvloeien uit inkomsten of gerealiseerde kapitaalwinsten, en in de rechtsgebieden van deze beleggingen kan al dan niet sprake zijn van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting. Bovendien kan de toepasselijke belastingwetgeving en de interpretatie daarvan veranderen. Het risico bestaat dus dat het land van vestiging van de uitgevende instelling een bronbelasting toepast, die noch verrekenbaar is noch verlaagd kan worden, en die een negatieve invloed kan hebben op de nettovermogenswaarde van de portefeuille.



Fondsbronnen